Nieuwe ontwikkelingen
Hieronder kunt u lezen over nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de aanpak van overgewicht. Dit kunnen landelijk ontwikkelingen zijn, maar ook regionale of ontwikkelingen ten aanzien van het Steunpunt Twente in Balans.
'Jongeren op gezond gewicht’ (JOGG)
De Franse ‘EPODE-methode’ wordt naar Nederland gehaald en heet ‘Jongeren op gezond gewicht’ (JOGG). Gemeenten kunnen zich inschrijven als JOGG-gemeente en kunnen daarvoor ook middelen en ondersteuning vanuit het landelijke Convenant Gezond Gewicht krijgen. Het landelijk convenant Gezond Gewicht heeft namelijk de Stichting Go4Kids opgestart. In deze stichting bundelen publieke en private organisaties middelen, waar gemeenten aanspraak op kunnen maken. Vanaf 14 januari 2010 kunnen gemeenten zich inschrijven als JOGG-gemeente en daarmee een aanvraag doen bij de Stichting Go4Kids voor middelen om een integrale aanpak van overgewicht bij de jeugd te realiseren.
De leden van de Bestuurlijke begeleidingscommissie Twente In Balans hebben besloten dat de kenmerken van de JOGG-methode uitgangspunten moeten zijn voor de wijze waarop Twente in Balans de komende jaren wordt voortgezet.
Hierbij wordt er dan aandacht geschonken aan de volgende punten:
• Aandacht voor sociaal economische gezondheidsverschillen: Bij de lokale
activiteiten die worden ondernomen moet steeds de vraag gesteld worden of ook
de mensen met een lagere sociale economische status bereikt worden.
• Het creëren van politiek draagvlak: Dat kan door aan de ene kant een politiek
boegbeeld (wethouder Volksgezondheid) te creëren die een programma opstelt dat
alle collegeleden tekenen/onderschrijven. Het politieke boegbeeld kan samen met
een lokale bekendheid, bijvoorbeeld een beroemde kok, het boegbeeld voor de
burgers worden. Verder is het van belang dat er een goede lokale
programmamanager ingezet wordt. Vanuit Twente in Balans kan bijvoorbeeld
deskundigheidsbevordering en/of intervisie ingezet worden.
• Publieke en private samenwerking: Door gebruik te maken van de middelen van de
Stichting Go4Kids kunnen gemeenten uitvoerende activiteiten starten zoals
lesprogramma’s, omgevingsinterventies, campagnes en cursussen. Voor de
implementatie van deze activiteiten moet er samenwerking gezocht worden met
lokale organisaties en verschillende beleidsterreinen.
• Sociale marketing: het is van belang dat er eenduidige preventieboodschappen
worden gemaakt omtrent een gezonde leefstijl. Vervolgens kan dan van het logo, de
merknaam en bestaande communicatiemiddelen van Twente in Balans gebruik
gemaakt worden om deze preventieboodschappen lokaal te verspreiden.
• Wetenschappelijk onderzoek: lokaal worden op dit moment verschillende
onderzoeken gedaan naar de effectiviteit van verschillende onderdelen van de
integrale aanpak van overgewicht bij kinderen. Het zou goed zijn om een regionaal
onderzoeksplan te maken hoe de effectiviteit van de integrale aanpak van
overgewicht bij de jeugd het beste aangetoond kan worden. Lokaal kan dan het
onderzoek worden toegepast. Voor de uitwerking van de regionale visie en het
onderzoek kan samengewerkt worden met de academische werkplaats ‘AGORA’.
Ook de UT, Saxion en Hogeschool Windesheim kunnen een rol spelen bij het
uitvoeren van het lokale onderzoek.
• Verbeteren van de keten tussen preventie en eerstelijn: door een regionale
aanvraag in het kader van het preventietoetsoverleg (PTO) om lokaal netwerken te
creëren om de keten tussen preventie en eerstelijn te verbeteren. En door het
ontwikkelen van een regionaal kader voor de multidisciplinaire aanpak van kinderen
met overgewicht door eerstelijnsprofessionals.
Inzetten op verbeteren keten preventie en eerste lijn
Op verzoek van Menzis en gemeenten is, in samenwerking met ROSET, een kader ontwikkeld rondom de multidisciplinaire aanpak van kinderen met overgewicht (dietist, orthopedagoog/kinderpsycholoog en kinderfysiotherapeut die samenwerken aan de behandeling van overgewicht). In Twente zijn er veel van dergelijke inititatieven, die allemaal ‘het wiel opnieuw uitvinden’ en daarbij allemaal dezelfde problemen tegenkomen. Zo maken ze allemaal hun eigen projectplannen, de toeleiding loopt niet goed en het is onduidelijk welke rol de gemeente en Menzis moeten spelen etc. Het kader moet leiden tot een meer uniforme methodiek in de regio.
In het kader is aandacht voor de uitgangspunten van de methodiek, evaluatiecriteria, de rol van gemeenten en Menzis en afspraken over de doorverwijsketen. De doorontwikkeling hiervan wordt samen met ROSET opgepakt. In dit kader worden ook gesprekken gevoerd met Menis om te kijken of zij middels een innvoatiebudet willen investeren in de doorontwikkeling van multidisciplinaire initiatieven.
Goede verwijzingsafspraken zijn dus van groot belang. Binnen de regionale methodiek is er daarom veel aandacht voor:
1. Verbeterde verwijzingsafspraken en terugkoppelingafspraken rondom
leefstijlonderwerpen waarbij overgewicht als voorbeeld gebruikt wordt;
2. Goede sociale kaart informatie op het gebied van overgewicht, ook wat er vanuit
de eerstelijn gebeurt;
3. Goede afspraken over wie welke rol heeft binnen de leefstijlinterventies.
De rode draad is hoe leefstijladvisering goed uitgevoerd moet worden: wie moet dat doen en welke competenties hangen daar aan? Het maken van afspraken tussen bijvoorbeeld de JGZ, huisartsen en de eerstelijn is niet eenvoudig. Een aantal gemeenten is daar al mee bezig bijvoorbeeld door middel van het project verpleegkundigen gezond gewicht of vanuit Gezonde Slagkracht.
In het kader van het verbeteren van de keten preventie en eerste lijn wordt er een projectplan opgesteld dat ingediend gaat worden bij verschillende subsidieverstrekkers.
Wetenschappelijk onderzoek
Wetenschappelijk onderzoek loopt door de verschillende onderdelen van de JOGG-methode en Twente en Balans heen:
- Binnen de lijn SEGV bekijken wat de mogelijkheden zijn voor wetenschappelijk
onderzoek. Het is interessant om bij lokale activiteiten te onderzoeken of de
interventies ook geschikt zijn voor kinderen met een lage SES (SEGV-proof) en of
deze kinderen ook bereikt worden. Ook bij het ontwikkelen van een regionale
multidisciplinaire interventie (MDI) moet gekeken worden of deze methodiek SEGV-
proof is en of ook de kinderen met overgewicht met lage SES worden bereikt.
- Binnen MDI: op basis van onderzoeken dienen we te komen tot een goede
regionale methodiek en daarnaast monitoring van kinderen met overgewicht die
behandeld zijn middels een MDI.
- Door wetenschappelijk onderzoek (theorie) willen we inzicht krijgen in hoe Twente
een JOGG regio kan worden. Wat moeten we daar allemaal nog voor doen?
- Wetenschappelijk onderzoek komt ook terug via de reguliere monitoring.
Onderzoeken of de integrale aanpak effect heeft op de overgewichtcijfers. Blijven
de overgewichtcijfers stabiel?
- Kijken naar een model voor effectonderzoek. Heeft een integrale aanpak echt effect
op bijvoorbeeld overgewicht, maar ook gedragsverandering?

